Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008

Alinea 161 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:2.

4.11. Ik benadruk dat de aandacht van de wetgever in het verband van een eventuele ontheffing van de geheimhoudingsplicht zeer eenzijdig gericht is geweest op de situatie waarin ambtenaren van de AIVD als getuige of deskundige worden opgeroepen en uit dien hoofde verplicht zouden zijn een verklaring af te leggen, de situatie voorzien in artikel 24 lid 2 Wiv en in artikel 86 lid 2 Wiv 2002.(11) Heeft de wetgever zich dan niet gerealiseerd dat op een ambtenaar van de AIVD een verdenking zou kunnen komen te rusten? Die situatie is even ter sprake gebracht in de wetsgeschiedenis van de Wiv 2002. Ik verwijs daartoe naar de Memorie van toelichting, waarin de Minister de methoden aangeeft volgens welke het externe toezicht op de taakuitoefening door de diensten gestalte krijgt. Dat toezicht kan plaatsvinden:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60, en de alinea staat in dat document op bytes 65122 tot 65947.