Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008

Alinea 191 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:2.

Wat daarna onder 2.10 wordt te berde wordt gebracht miskent dat de advocaten van verdachte hun doeleinden zeer goed naar inschatting van het hof konden bereiken zonder dat verdachte staatsgeheimen zou schenden. Gelet op de gang van zaken tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 12 en 15 februari 2007 vind ik dit oordeel van het hof nou niet bepaald verrassend, ook niet indien men met mij van mening is dat het hoofd van de AIVD niet een geheimhoudingsplicht kon opleggen die niet reeds uit de wet voortvloeide. Als er steeds meer namen van de AIVD-medewerkers over tafel gaan grijpt de AG in en wordt aan de verdediging duidelijk gemaakt dat het openbaren van die namen niet nodig is. Ook zonder de brief van het hoofd van de AIVD gaat dit op. De advocaten slagen er naar mijn mening ook niet in om die noodzaak van het bekendmaken van namen van AIVD-medewerkers wel aan te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60, en de alinea staat in dat document op bytes 87179 tot 88079.