Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008

Alinea 243 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:2.

Het oordeel van het hof dat het inwendig onderzoek door de AIVD geen opsporingsonderzoek is lijkt mij juist. Ingevolge art. 132a Sv wordt onder opsporing verstaan het onderzoek in verband met strafbare feiten onder gezag van de officier van justitie met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen. De ambtenaren van de AIVD zijn, aldus art. 9 lid 1 Wiv 2002, geen opsporingsambtenaar. Het Vir-bi kent twee artikelen die speciaal gewijd zijn aan compromittering; volgens de omschrijving in art. 1, aanhef en onder g van het Besluit is dit de kennisname danwel de mogelijkheid tot kennisneming door een niet gerechtigde van bijzondere informatie. Onder bijzondere informatie worden onder meer staatsgeheimen begrepen. Artikel 17 van het Besluit geeft aan wat er dient te gebeuren als een inbreuk op de beveiliging is vastgesteld die geleid heeft of kan leiden tot compromittering van bijzondere informatie. Zo een inbreuk dient te worden gemeld aan de beveiligingsambtenaar van het betrokken departement. Als een compromittering van bijzondere informatie door de beveiligingsambtenaar wordt vastgesteld deelt hij dit aan de secretaris-generaal mee. Het eerste lid van artikel 18 Vir-bi houdt in dat de secretaris-generaal onverwijld een commissie van onderzoek instelt nadat hij op de hoogte is gebracht van de compromittering van een staatsgeheim. Tevens houdt het eerste lid in dat de commissie bestaat uit ambtenaren die met het uitvoeren van onderzoeken ervaring hebben en die niet op enigerlei wijze betrokken zijn bij de compromittering. De commissie onderzoekt de wijze waarop de compromittering heeft plaatsgevonden, de aard en omvang van schade en de te nemen maatregelen om de schade te beperken en herhaling te voorkomen (artikel 18 lid 2 Vir-bi). Nadat de commissie van onderzoek haar werkzaamheden heeft voltooid neemt de secretaris-generaal de maatregelen die nodig zijn om de schade te beperken en herhaling te voorkomen. Als het de compromittering van staatsgeheimen betreft stelt de secretaris-generaal ingevolge het vijfde lid van artikel 18 het hoofd van de AIVD in kennis van de uitkomsten. De artikelen 17 en 18 van het Besluit zijn niet voorzien van een toelichting. Uit de inhoud van beide bepalingen is wel af te leiden dat het intern onderzoek geen opsporingsonderzoek is, maar een inventariserend onderzoek, gericht op beperking en voorkoming van schade. De officier van justitie wordt nergens genoemd, het onderzoek wordt niet uitgevoerd door opsporingsambtenaren, er wordt geen enkele relatie met de strafvordering gelegd. De stelling die de verdediging in feitelijke aanleg heeft betrokken en die erop neerkwam dat het intern onderzoek van de AIVD een opsporingsonderzoek was slaat dus de plank mis. Omdat het intern onderzoek van de AIVD geen opsporingsonderzoek is kunnen gebreken in dat onderzoek niet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM. Maar dat betekent niet dat dat intern onderzoek geen enkele invloed kan hebben op de daarna volgende strafvervolging. Ik citeer uit HR 5 september 2006, NJ 2007, 336 m.nt. Schalken:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60, en de alinea staat in dat document op bytes 113072 tot 116159.