Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008
Alinea 282 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:2.
5.12. Dat het ondervragingsrecht van de verdediging niet volledig uitgeoefend is kunnen worden betekent nog niet zonder meer dat het OM dus niet ontvankelijk verklaard moet worden. Als er sprake is van zo een vormverzuim dient de rechter immers te beoordelen of, en zo ja welk rechtsgevolg aan dat verzuim dient te worden verbonden. Daarbij zal de rechter in zijn afweging de factoren die in het tweede lid van art. 359a Sv zijn genoemd moeten betrekken. Een van die factoren is "het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt". In dat kader is onder meer van belang of en in hoeverre de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad.(18) Het hof heeft aangenomen dat de verdediging niet in haar belang is geschaad en heeft aldus de werkwijze die de Hoge Raad heeft aangewezen toegepast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60, en de alinea staat in dat document op bytes 132917 tot 133739.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60 | shasum -a 256