Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008

Alinea 283 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:2.

Het hof heeft de mate waarin de getuigen visueel en akoestisch werden afgeschermd ingeschat en is in zijn arrest tot de conclusie komen dat de beperking van het ondervragingsrecht geen reële invloed heeft gehad. Zo een waardering van de mate van beperking van het ondervragingsrecht hangt samen met constateringen en afwegingen van feitelijke aard, bijvoorbeeld van de wijze waarop precies de getuigen zijn verhoord. Die vaststellingen en afwegingen hebben het hof geleid tot de conclusie dat het ondervragingsrecht door deze afscherming niet echt is aangetast. Anders dan de steller van het middel ben ik van mening dat het doel met het oog waarop bepaalde getuigen worden ondervraagd wel degelijk van belang is voor de beantwoording van de vraag of er sprake is geweest van een eerlijk proces. Als dat doel was het onderzoeken van de mogelijkheid van alternatieve scenario's kan het hof, de omstandigheden waaronder de verhoor zijn afgenomen en de vragen en antwoorden in aanmerking nemende, tot de beslissing komen dat weliswaar het ondervragingsrecht wellicht niet volledig uitgeoefend is kunnen worden, maar dat de mate waarin de verdediging gelegenheid heeft gehad om de getuigen te ondervragen voldoende was om dat doel te kunnen bereiken. In zo een geval is er geen sprake van een reëel nadeel door de wijze waarop de verhoren zijn afgewikkeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60, en de alinea staat in dat document op bytes 133745 tot 135112.