Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:2.

Tot slot geldt dat aan de verdachte en de verdediging, wanneer zij menen dat de ruimte waarover zij middels voormelde ontheffing beschikken niet voldoende is voor het voeren van een verdediging die aan de eisen van het EVRM voldoet en zij mitsdien naar eigen inschatting zijn/hun geheimhoudingsverplichting verder menen te moeten doorbreken dan de ontheffingsvoorwaarden toelaten, een beroep toekomt op een rechtvaardigingsgrond, te weten het belang van een behoorlijke verdediging in de zin van artikel 6 EVRM. De advocaat-generaal heeft ter zitting van 28 september 2006 toegezegd dat niet tot vervolging zal worden overgegaan, wanneer een eventuele schending van de geheimhoudingsplicht door de verdachte - en naar het hof aanneemt eveneens door diens raadslieden -gerechtvaardigd is door een beroep op artikel 6 EVRM."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60, en de alinea staat in dat document op bytes 29342 tot 30177.