Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008
Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:2.
De advocaat-generaal merkt op dat de voorzitter zijn standpunt juist weergeeft. Voorts merkt de advocaat-generaal op dat hij niet begrijpt waarom de persoon met wie de verdachte op een kamer zat met naam en toenaam moet worden genoemd. Indien die persoon belangrijk zou zijn als getuige dan is het noemen van zijn of haar naam niet nodig voor het oproepen van die persoon, volgens de advocaat-generaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60, en de alinea staat in dat document op bytes 40342 tot 40757.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1341f1803322687eee821e9308206c515196138a47cf363d6d3a90b8b72cc60 | shasum -a 256