Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2008

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:7.

3. Het gaat in deze zaak om het volgende. [het slachtoffer] is op 17 maart 2007 overleden. Hij was toen tien maanden oud. In de periode voorafgaand aan zijn overlijden hebben zich bij hem een groot aantal levensbedreigende incidenten (zogenaamde 'Apparent Life Threatening Events') voorgedaan die medisch niet goed verklaarbaar waren. Hij is in verband daarmee opgenomen geweest in zowel het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) te Leiden als het Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam.(1) Bij vrijwel alle incidenten was alleen de moeder van [het slachtoffer] aanwezig. Een en ander is voor het LUMC aanleiding geweest om melding te doen bij het Advies & Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Gedacht werd aan de mogelijkheid dat bij de moeder sprake was van Pediatric Condition Falsification (PCF; ook wel Münchhausen by Proxy). De incidenten zijn voorts aanleiding geweest om een verborgen camera te plaatsen bij [het slachtoffer] teneinde na te gaan of de moeder leed aan PCF. Op 17 maart 2007, twaalf dagen na zijn ontslag uit het LUMC, is [het slachtoffer] thuis overleden na (wederom) een incident waarbij alleen zijn moeder aanwezig was. De gemeentelijke lijkschouwer heeft een verklaring van een niet-natuurlijke dood afgegeven. Bij sectie kon geen medische verklaring voor de dood worden gevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/216faa2e185ff61dd39051942a0e505935daef9217c2f6f772446144ce925f93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 216faa2e185ff61dd39051942a0e505935daef9217c2f6f772446144ce925f93, en de alinea staat in dat document op bytes 5432 tot 6766.