Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2008
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:7.
De aard van de hier aan de orde zijnde bevoegdheid tot verschoning brengt mee dat het oordeel omtrent de vraag of brieven of geschriften object van de bevoegdheid tot verschoning uitmaken, in beginsel toekomt aan de tot verschoning bevoegde persoon (vgl. HR 29 maart 1994, NJ 1994, 537). Wanneer deze zich op het standpunt stelt dat het gaat om brieven of geschriften die noch voorwerp van het strafbare feit uitmaken noch tot het begaan daarvan hebben gediend en waarvan kennisneming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim, dient dit standpunt door de organen van politie en justitie te worden geëerbiedigd, tenzij redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat dit standpunt onjuist is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/216faa2e185ff61dd39051942a0e505935daef9217c2f6f772446144ce925f93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 216faa2e185ff61dd39051942a0e505935daef9217c2f6f772446144ce925f93, en de alinea staat in dat document op bytes 9775 tot 10490.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/216faa2e185ff61dd39051942a0e505935daef9217c2f6f772446144ce925f93 | shasum -a 256