Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2008

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:7.

16. Zoals de hiervoor onder 11 aangehaalde uitspraak laat zien is toestemming van degene wiens persoonlijke levenssfeer met geheimhouding van onder het verschoningsrecht vallende gegevens is gediend, een omstandigheid die van belang is voor de beoordeling van de vraag of sprake is van bedoelde uitzonderlijke omstandigheden. Toestemming van die persoon impliceert dat het beroep op het verschoningsrecht niet kan dienen tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt en dat door het afwijzen van het beroep op het verschoningsrecht zijn belangen niet kunnen worden geschaad. In het onderhavige geval is sprake van een minderjarige die zo jong was dat hij niet in staat was zich over de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer uit te laten. Daarom dient de toestemming van de ouders als degenen die het gezag over hem uitoefenen voor de toestemming van de minderjarige in de plaats te worden gesteld, zoals bijvoorbeeld het geval is bij het het geven van toestemming van inlichtingen over een minderjarige cliënt door een bureau jeugdzorg aan derden (art. 51 lid 2 Wet op de jeugdzorg). De Rechtbank had deze toestemming bij haar afweging of sprake is van bedoelde uitzonderlijke omstandigheden dus niet buiten beschouwing mogen laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/216faa2e185ff61dd39051942a0e505935daef9217c2f6f772446144ce925f93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 216faa2e185ff61dd39051942a0e505935daef9217c2f6f772446144ce925f93, en de alinea staat in dat document op bytes 27671 tot 28943.