Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2008
Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BA6413.
6.2 Indien er sprake is van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door de raad van commissarissen in de periode drie jaar voorafgaand aan het faillissement van de vennootschap, en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement, zijn de commissarissen op grond van artikel 2:149/259 jo 138/248 BW hoofdelijk aansprakelijk jegens de boedel, tenzij de individuele commissaris bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem te wijten is en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden. Het woord "kennelijk" geeft aan dat er geen twijfel mag bestaan ten aanzien van het onbehoorlijke karakter van het bestuur(13), c.q. de taakvervulling. Artikel 2:138/248 BW lijkt een verzwaarde aansprakelijkheidsnorm te bevatten ten opzichte van artikel 2:9 BW. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur is volgens de Hoge Raad, 8 juni 2001, NJ 2001/454, sprake indien geen redelijk denkend bestuurder, onder dezelfde omstandigheden, alsdus gehandeld zou hebben. Naast bewuste malafiditeit moet ook roekeloos, lichtzinnig, onbezonnen en onverantwoordelijk gedrag als kennelijk onbehoorlijke taakvervulling worden aangemerkt. Roekeloos houdt in dat er nodeloos risico's worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8296366cfb9f8a46b46bb52dc6f0377390766f1ddaff8612ae78ba9098a0701. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8296366cfb9f8a46b46bb52dc6f0377390766f1ddaff8612ae78ba9098a0701, en de alinea staat in dat document op bytes 46256 tot 47515.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8296366cfb9f8a46b46bb52dc6f0377390766f1ddaff8612ae78ba9098a0701 | shasum -a 256