Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2008

Alinea 128 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BA6413.

8.3 In het onder 4.6 genoemde arrest HR 21 april 1993, nr. 28 257, BNB 1993/187, over een interim-manager, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat spake is van een zelfstandige uitoefening van een beroep als de interim-manager voldoende zelfstandigheid bezit ten opzichte van zijn opdrachtgever(s) en niet slechts incidenteel opdrachten aanvaardt, doch streeft naar continuïteit door het verkrijgen van verschillende opdrachten en aldus ondernemersrisico loopt. Het arrest HR 20 december 2000, nr. 35941, BNB 2001/88, inzake het ondernemerschap van een arts-waarnemer (zie 4.7), lijkt echter te impliceren dat náást zelfstandigheid tegenover de opdrachtgevers en naast het nastreven van continuïteit door het verkrijgen van verschillende opdrachten, nog ondernemersrisico vereist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8296366cfb9f8a46b46bb52dc6f0377390766f1ddaff8612ae78ba9098a0701. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8296366cfb9f8a46b46bb52dc6f0377390766f1ddaff8612ae78ba9098a0701, en de alinea staat in dat document op bytes 53719 tot 54514.