Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2008

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BA6413.

5.4. De inspecteur heeft zich tevens op het standpunt gesteld dat de commissaris ingevolge artikel 3, eerste lid, letter g, van de Wet op de loonbelasting 1964 geacht moet worden in dienstbetrekking te staan tot de vennootschap waarvan hij commissaris is en deze bepaling mitsdien uitsluit dat degene die commissariaten vervult voor de heffing van inkomstenbelasting als ondernemer kan worden aangemerkt. Dit standpunt berust naar 's Hofs oordeel op een onjuiste rechtsopvatting omdat voor de heffing van inkomstenbelasting het volledige samenstel van activiteiten van de belastingplichtige beoordeeld dient te worden. Geen rechtsregel brengt mee dat commissariaten daarbij uit dat samenstel van activiteiten dienen te worden geëlimineerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8296366cfb9f8a46b46bb52dc6f0377390766f1ddaff8612ae78ba9098a0701. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8296366cfb9f8a46b46bb52dc6f0377390766f1ddaff8612ae78ba9098a0701, en de alinea staat in dat document op bytes 11680 tot 12433.