Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2008
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BA7648.
5.4. De steller van het middel beroept zich erop dat in de schriftelijke reactie van 10 februari 2004 is gesteld dat uit het strafrechtelijk financieel onderzoek is gebleken dat bij betrokkene een (aanzienlijk) kleiner deel van het voordeel is aangetroffen dan bij andere daders. Omdat dat nu net een omstandigheid is die blijkens vaste rechtspraak bij een verdeling van het ontnemingsbedrag over de verschillende veroordeelden moet worden betrokken, zou het hof daar ook hier gevolg aan hebben moeten geven. Hetgeen de raadsman in de reactie van 10 februari 2004 daadwerkelijk heeft opgemerkt houdt in dat in het financiele rapport van 23 februari 1998 conclusies worden getrokken over contante bedragen die in een periode van tweeeneenhalf jaar naar de verschillende familieleden zijn 'toegevloeid', waarvan vooral het totaalbedrag ten aanzien van broer [betrokkene 5] aanzienlijk is. Daarbij tekent de raadsman echter aan dat aan deze 'alle uitgaven in relatie tot Hotel Senator zijn toegerekend, maar dat laat onverlet dat niet alles behalve aannemelijk is dat er gelijkelijk voordelen zijn genoten door de hiervoor genoemde personen.'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bcb39e281046696ce923b3d2a473f299502d557814865e3377bd4ed2ee87df0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bcb39e281046696ce923b3d2a473f299502d557814865e3377bd4ed2ee87df0, en de alinea staat in dat document op bytes 45409 tot 46562.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bcb39e281046696ce923b3d2a473f299502d557814865e3377bd4ed2ee87df0 | shasum -a 256