Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2008

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BA7674.

Voorwerpen die in feite toebehoren aan de verdachte of veroordeelde maar die, zoals bijvoorbeeld onroerende zaken en effecten op naam, op naam staan van iemand anders, kunnen slechts in beslag worden genomen onder die ander. Dat neemt niet weg dat het hof, gesteld voor de vraag of dat beslag kan worden opgeheven, moet beoordelen of rekening moet worden gehouden met de kans dat de rechter uiteindelijk hetzij zal oordelen dat het in beslag genomene in feite toebehoort aan de verdachte of veroordeelde hetzij zal oordelen dat het aan een derde toebehoort, maar dat is voldaan aan de vereisten van artikel lid 3 van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering. In beide gevallen acht de wetgever uitwinning immers gerechtvaardigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/690aebd36d676c7cb8e7e1a3ffee208e3f80af1d8efdb779a5947d461fd58bc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 690aebd36d676c7cb8e7e1a3ffee208e3f80af1d8efdb779a5947d461fd58bc2, en de alinea staat in dat document op bytes 11995 tot 12742.