Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2008

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BA7674.

3.12. De memorie van toelichting maakte melding van de bezwaren van het OM en de NVvR die de voorwaarden in het derde lid van artikel 94a Sv zoals voorgesteld te streng vonden. Beide organisaties meenden dat niet de eis gesteld zou mogen worden dat het voorwerp direct of indirect afkomstig is van het misdrijf. De minister stelde in de memorie van toelichting dat het grondbeginsel van het privaatrecht blijft dat de schuldeiser zijn vordering op het gehele vermogen van zijn schuldenaar kan verhalen. Derden zijn in beginsel niet met hun vermogen aansprakelijk voor een vordering op de schuldenaar. Als men op deze regel een uitzondering maakt zal daarvoor een goede rechtvaardiging moeten bestaan. Die rechtvaardiging kan erin worden gevonden als de derde welbewust of aanmerkelijk onvoorzichtig meewerkt aan de constructie waardoor wederrechtelijk verkregen vermogensbestanddelen aan het zicht van justitie worden onttrokken.(7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/690aebd36d676c7cb8e7e1a3ffee208e3f80af1d8efdb779a5947d461fd58bc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 690aebd36d676c7cb8e7e1a3ffee208e3f80af1d8efdb779a5947d461fd58bc2, en de alinea staat in dat document op bytes 26323 tot 27268.