Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008

Alinea 174 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC1649.

3.7 De tegen de rov. 5.23 en 5.25 gerichte klachten van de onderdelen 1-1.1.2 stuiten naar mijn mening af op hetgeen ik hiervóór onder 3.3-3.6 heb opgemerkt en kunnen daarom niet tot cassatie leiden. Hierbij teken ik nog aan dat de onderdelen ook niet concreet toelichten waarom, naar zij lijken te betogen, het hof bij de beoordeling van de onderhavige bewijsaanbiedingen (ook) de in onderdeel 1.1.1 en de algemene inleiding op het middel vermelde stellingen had moeten betrekken. In de rov. 5.118-5.119 heeft het hof resumerend overwogen dat de door [eiseres] c.s. en de Provincie over en weer gedane aanbiedingen tot het leveren van (tegen)bewijs worden gepasseerd. Voor zover de onderdelen 1-1.1.2 tegen deze overwegingen zijn gericht, kunnen zij evenmin tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2fcf6a5e2b2788fac516fa02cea175fec749232f6706702559b3cb367e1c164. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2fcf6a5e2b2788fac516fa02cea175fec749232f6706702559b3cb367e1c164, en de alinea staat in dat document op bytes 68259 tot 69053.