Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008
Alinea 211 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC1649.
3.28 De klacht van het onderdeel onder a treft naar mijn mening bij gebrek aan feitelijke grondslag geen doel. Immers, uit rov. 5.93 blijkt dat het hof bij de beoordeling van de grondslag van een jegens [eiseres] c.s. gepleegde onrechtmatige daad in aanmerking heeft genomen dat [eiseres] c.s. de Provincie, geheel onafhankelijk van de inhoud van het fictieve goedkeuringsbesluit, hebben verweten dat zij in strijd met jegens hen gewekte verwachtingen niet (tijdig) goedkeuring aan het bestemmingsplan heeft onthouden, terwijl het hof hierop in rov. 5.94 heeft gerespondeerd door te oordelen dat de in rov. 5.93 genoemde stellingen falen. Van een miskenning van de in het onderdeel onder a bedoelde stelling is dan ook geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2fcf6a5e2b2788fac516fa02cea175fec749232f6706702559b3cb367e1c164. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2fcf6a5e2b2788fac516fa02cea175fec749232f6706702559b3cb367e1c164, en de alinea staat in dat document op bytes 103323 tot 104068.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2fcf6a5e2b2788fac516fa02cea175fec749232f6706702559b3cb367e1c164 | shasum -a 256