Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008

Alinea 263 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC1649.

Ook onderdeel 4.2 is mijns inziens tevergeefs voorgesteld. Het hof heeft in de rov. 5.62-5.64 in cassatie onbestreden geoordeeld dat partijen het conceptconvenant niet met elkaar zijn overeengekomen. In de rov. 5.65-5.72 heeft het hof, zoals hiervóór besproken, kunnen oordelen dat de door [eiseres] c.s. gestelde afspraak tot "het voortgaan op basis van (de uitgangspunten van) het conceptconvenant" tussen partijen geen verbintenissen in het leven heeft geroepen. Voorts heeft het hof in de rov. 5.85 en 5.102 in cassatie onbestreden geoordeeld dat de door de Provincie in acht te nemen maatschappelijke zorgvuldigheid inhoudt dat zij jegens [eiseres] c.s. behoort voort te gaan de haar in redelijkheid ten dienste staande bestuursrechtelijke middelen in te zetten om de aanbaggerbaarheid van F3b te realiseren totdat dit in redelijkheid niet meer kon worden gevergd of zich daarvoor alternatieven aandienden en heeft het hof in de rov. 5.103-5.107 kunnen oordelen dat de Provincie deze zorgvuldigheidsnorm niet heeft geschonden. Hieruit volgt dat de in het onderdeel bedoelde stellingen onder (i)-(iii) in dit verband ten dele niet relevant zijn en, voor zover zij wel relevant zijn, in cassatie niet (veronderstellenderwijs) als vaststaand kunnen worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2fcf6a5e2b2788fac516fa02cea175fec749232f6706702559b3cb367e1c164. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2fcf6a5e2b2788fac516fa02cea175fec749232f6706702559b3cb367e1c164, en de alinea staat in dat document op bytes 141006 tot 142291.