Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2008
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC2153.
De vraag welke maatstaf moet worden aangelegd bij het oordeel of er sprake is van een "werk van toegepaste kunst" in de zin van deze wetsbepaling, wordt in de Nederlandse rechtspraak en literatuur niet eenstemmig beantwoord. In een deel van de rechterlijke uitspraken en bij het merendeel van de schrijvers ziet men - zij het niet altijd in gelijkluidende bewoordingen - als (genoegzaam) vereiste vermeld dat er sprake is van een werk met een eigen oorspronkelijk karakter, dat het persoonlijk stempel van de maker draagt (opvatting A); bij een enkele schrijver en in een aantal rechterlijke uitspraken wordt daarenboven de eis gesteld dat het werk "een zekere kunstwaarde" vertoont, hetgeen ook wel aldus wordt geformuleerd dat daarin "een zeker kunstzinnig streven van de maker" tot uitdrukking dient te komen (opvatting B). Algemeen wordt aangenomen dat ook bij opvatting B een betrekkelijk gering gehalte aan kunstwaarde genoeg is.'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd6aced65b95e1a77badeab5162cd3fd8a65137649bce51db33ba0b1f2791a60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd6aced65b95e1a77badeab5162cd3fd8a65137649bce51db33ba0b1f2791a60, en de alinea staat in dat document op bytes 38855 tot 39805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd6aced65b95e1a77badeab5162cd3fd8a65137649bce51db33ba0b1f2791a60 | shasum -a 256