Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC2721.

2.5 Art. 358a Fw verplicht de rechter niet tot toewijzing van een verzoek tot het ontnemen van de schone lei. De rechter kán bepalen dat art. 358 lid 1 Fw verder geen toepassing vindt. Bij de beoordeling of een verzoek op grond van art. 358a Fw. voor toewijzing in aanmerking komt, zou de rechter aansluiting kunnen zoeken bij hetgeen in art. 354 lid 2 Fw is bepaald(11). Ook Verschoof wijst op de samenhang tussen beide bepalingen, zij het dat hij daarbij in het bijzonder de aandacht vraagt voor het uit de toelichting op art. 358a Fw blijkende "pregnante aspect van opzet" dat het benadelingscriterium in zich draagt, en dat hij in dat verband op een mogelijke reflexwerking van art. 358a Fw op art. 354 Fw wijst(12). De - zeer beperkte en slechts feitelijke - jurisprudentie ter zake van tussentijdse beëindigingen op grond van art. 350 lid 3 onder e Fw lijkt te wijzen in de richting van de door Verschoof voorgestane toets of sprake is van een opzettelijke en zwaarwegende, feitelijke benadeling van de boedel(13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd8cfd46ff0843c09ca73b70add54680020faeb35e992c022ed2acc414fcc10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd8cfd46ff0843c09ca73b70add54680020faeb35e992c022ed2acc414fcc10, en de alinea staat in dat document op bytes 20978 tot 22014.