Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC2721.

Hiervoor (onder 3.2) kwam al aan de orde dat uit de door het middel (onder 7.3) genoemde vindplaatsen niet blijkt dat [verzoekers] zich in de feitelijke instanties heeft beroepen op een verband tussen de lagere loonbetalingen aan [verzoekster 2] en [verzoeker 3] enerzijds en de lagere, bij terugkoop van de woning betaalde koopsom anderzijds. Overigens kan bij het bedoelde betoog nog worden aangetekend dat ook het bestaan van "communicerende vaten" in de door het middel bedoelde zin benadeling geenszins uitsluit. Van de schuldenaar wordt immers verwacht dat hij zich maximaal inspant om gedurende de schuldsaneringsregeling zoveel mogelijk actief voor zijn schuldeisers te genereren. Ook het willens en wetens tekortschieten in die verplichting kan met art. 350 lid 3 onder e Fw in verband worden gebracht(16). Een afspraak volgens welke het salaris van [verzoekster 2] en [verzoeker 3] laag is gehouden ten behoeve van een lagere prijs voor de woning bij een na beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling te realiseren terugkoop staat haaks op het uitgangspunt van het optimaliseren van de boedelafdrachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd8cfd46ff0843c09ca73b70add54680020faeb35e992c022ed2acc414fcc10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd8cfd46ff0843c09ca73b70add54680020faeb35e992c022ed2acc414fcc10, en de alinea staat in dat document op bytes 28168 tot 29314.