Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2008
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC5012.
2.2 Als grondslag van haar vordering tot onvoorwaardelijke uitvoerbaar bij voorraadverklaring door de Hoge Raad van het vonnis van de voorzieningenrechter voert Newbay aan dat een redelijke wetstoepassing meebrengt dat de appel- of cassatierechter, ingeval de lagere rechter aan een uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde van zekerheidstelling heeft verbonden, ingevolge art. 234 Rv. alsnog de onvoorwaardelijke uitvoerbaarverklaring bij voorraad kan gelasten. Een andere rechtsopvatting impliceert, aldus Newbay, dat een niet uitvoerbaarverklaring bij voorraad in hogere instantie kan worden geconverteerd in een onvoorwaardelijke uitvoerbaarverklaring bij voorraad en een voorwaardelijke uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet, welke laatste figuur de uitvoering van het vonnis ernstiger kan frustreren dan de eerste. Door tweemaal het woord 'onvoorwaardelijk(e)' in art. 234 Rv. te lezen, wordt volgens Newbay aan de kennelijke bedoeling van de wetgever voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/111cd821a25acbb25407c9d765baf95e353bf3e1a7264b2213c5aeebebcfafc1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 111cd821a25acbb25407c9d765baf95e353bf3e1a7264b2213c5aeebebcfafc1, en de alinea staat in dat document op bytes 12891 tot 13880.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/111cd821a25acbb25407c9d765baf95e353bf3e1a7264b2213c5aeebebcfafc1 | shasum -a 256