Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2008

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC5721.

2.11. Onderdeel 3 bevat een voorwaardelijke rechtsklacht, voor het geval dat het hof (in rov. 4.7) van oordeel is dat de gestelde dwaling op de voet van het tweede lid van art. 6:228 BW voor rekening van [eiser] behoort te blijven. Ook deze klacht mist feitelijke grondslag: een zodanige beslissing valt niet in het bestreden arrest te lezen. Weliswaar is van de zijde van [verweerster] het verweer gevoerd dat de gestelde dwaling voor rekening van [eiser] behoort te blijven(12), maar aan dat verweer is het hof niet toegekomen. De subsidiaire motiveringsklacht faalt op dezelfde grond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d3c55433f77ff15d3e2c3d04a49b1d9180a17f3fad0c43e16396a6cc7e96305. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d3c55433f77ff15d3e2c3d04a49b1d9180a17f3fad0c43e16396a6cc7e96305, en de alinea staat in dat document op bytes 25373 tot 25973.