Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2008

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC5726.

2.6 Tot het Programma Beter Beschermd - een programma dat aanvankelijk viel onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie maar thans onder die van de Minister van Jeugd en Gezin en dat ertoe strekt om tot verbetering van de jeugdbescherming te komen - hoort een wetgevingsproject. In het kader daarvan heeft een uit wetenschappers en ketenpartners bestaande werkgroep in augustus 2006 het advies 'Kinderen eerst' uitgebracht met daarin voorstellen tot aanpassing van de kinderbeschermingswetgeving((14)). Vanuit de vaststelling dat thans het streven het opvoedingsrecht van de ouders in stand te houden meer dan het belang van het kind de boventoon voert, wordt op blz. 7 als kritiek op de formulering in de wet van de gronden voor de gezagsbeëindigende maatregelen geuit: "dat bij de keuze van de maatregel en de uitvoering daarvan het belang van de minderjarige niet altijd de eerste overweging is. Dit uit zich bijvoorbeeld bij langdurige pleeggezinplaatsingen van ots-pupillen: ook wanneer het belang van de minderjarige is gediend met een overgang naar een gezagontnemende maatregel, wordt deze stap lang niet altijd genomen." Het belang van de ontwikkeling van het kind dient meer voorop te komen staan (blz. 9). Voor de maatregel van beëindiging van het gezag betekent dit dat die beëindiging moet kunnen plaatsvinden indien dit noodzakelijk is voor het onbedreigd opgroeien van de minderjarige en bovendien (a) de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouder niet binnen een voor de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor het onbedreigd opgroeien weer volledig kan dragen en/of (b) de ouder een strafbaar feit heeft gepleegd dat zich richt tegen de eigen kinderen of de andere ouder, delicten dus die getuigen van een totaal gebrek aan respect voor de belangen van minderjarigen bij de bescherming van hun eigen integriteit of die van degenen die hun het meest nabij staan. De instemming van de ouder met de beëindiging is niet langer vereist (blz. 13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/959cd3df4badba3a9a73409192b0e8326c809340d517070e04c57879a51ab9cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 959cd3df4badba3a9a73409192b0e8326c809340d517070e04c57879a51ab9cc, en de alinea staat in dat document op bytes 23268 tot 25303.