Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2008
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC5726.
Deze klacht zal evenmin doel kunnen treffen. Allereerst heeft de Hoge Raad al meer malen geoordeeld dat, wanneer getwijfeld kan worden aan de duurzaamheid van een uitgesproken bereidheid tot vrijwillige medewerking aan het verblijf van een minderjarig kind in een verpleeggezin, dan die bereidheid niet noopt tot afwijzing van het verzoek tot gedwongen ontheffing; zie hierboven bij 2.2 en voetnoot 6. Maar om de hierboven in de inleidende opmerkingen uiteengezette redenen bestaat er aanleiding om ook bij een bereidheid tot medewerking, die zich als duurzaam laat aanzien, niet langer te oordelen dat dan een verzoek tot gedwongen ontheffing moet worden afgewezen. Verworven inzichten op pedagogisch en juridisch vlak hebben duidelijk gemaakt dat ook dan een gedwongen ontheffing geboden kan zijn. Of in het concrete geval, waarin nog sprake is van ongeschiktheid of onmacht om de verplichting tot verzorging en opvoeding van een kind na te komen, tot een gedwongen ontheffing moet worden overgegaan, zal hiervan afhangen of de maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet langer als voldoende kunnen worden beschouwd voor het keren van de in artikel 1:254 BW bedoelde bedreiging. Dat zal in het licht van alle dan bekende omstandigheden, waaronder een uitgesproken bereidheid tot vrijwillige medewerking, moeten worden beoordeeld. De gedwongen ontheffing wordt daarmee geen automatisme. Wel valt te verwachten dat wegens de aan de jaarlijks vereiste verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing eigen zijnde onzekerheid en onduidelijkheid omtrent het toekomstige verblijf van een kind in een pleeggezin, ook bij een uitgesproken bereidheid tot medewerking, die als duurzaam overkomt, in gevallen als de onderhavige meer tot een gedwongen ontheffing zal worden overgegaan om de reden dat daarmee het belang van de minderjarige toch het beste wordt gediend. Bezien in het licht van de wenselijkheid om ook bij de onderhavige materie een groter gewicht aan het belang van het kind toe te kennen, is dat niet als een verlies te beschouwen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/959cd3df4badba3a9a73409192b0e8326c809340d517070e04c57879a51ab9cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 959cd3df4badba3a9a73409192b0e8326c809340d517070e04c57879a51ab9cc, en de alinea staat in dat document op bytes 35278 tot 37362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/959cd3df4badba3a9a73409192b0e8326c809340d517070e04c57879a51ab9cc | shasum -a 256