Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2008

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC5726.

Met 'de eerdere ervaringen' heeft het hof klaarblijkelijk het oog op de wijze waarop de vader zich in de loop van de tijd tegenover [het kind] over de verdwijning van zijn moeder heeft uitgelaten. Uit hetgeen hierover ten processe is gesteld((17)), blijkt dat de vader zich bij wat hij op verschillende momenten daarover aan [het kind] vertelde door eigen belang heeft laten leiden. Het hof sluit kennelijk niet uit dat die gezindheid ook bij de uitgesproken bereidheid tot meewerken aan het verblijf van [het kind] in het pleeggezin speelt. In dat licht bezien, is de bij het hof aanwezige, aan de genoemde ervaringen ontleende twijfel niet onbegrijpelijk te achten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/959cd3df4badba3a9a73409192b0e8326c809340d517070e04c57879a51ab9cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 959cd3df4badba3a9a73409192b0e8326c809340d517070e04c57879a51ab9cc, en de alinea staat in dat document op bytes 37888 tot 38568.