Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2008
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC5821.
6.3. Die vraag beantwoordt het Hof bevestigend. Belanghebbende bezigde op 1 januari 2002 de onroerende zaak metterdaad aangezien zij doende was de bouw van het gebouw op de percelen grond tot stand te brengen. Zij gebruikte de onroerende zaak en had deze niet slechts ter beschikking (vgl. HR 4 januari 1995, nr. 30.176, BNB 1995/52 en HR 25 november 1998, nr. 33.944, BNB 1999/19*). Die situatie is een andere dan het aanhouden van een reeds gereed zijnde opstal, die weliswaar ter beschikking wordt gehouden, maar in afwachting van verhuur niet wordt gebruikt of een opstal die wordt gesloopt. De parlementaire geschiedenis van de Wet van 27 april 1994, Stb. 419 (Herziening materiële belastingbepalingen), waarbij in artikel 220 van de Gemeentewet het begrip "feitelijk gebruik" is gewijzigd in "gebruik", levert geen aanknopingspunten op voor de veronderstelling dat het begrip in dit opzicht zou zijn beperkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fba358810a36ed4305038eba4413bb7c8f04f6c69ed071e2dab86701b1d8ada5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fba358810a36ed4305038eba4413bb7c8f04f6c69ed071e2dab86701b1d8ada5, en de alinea staat in dat document op bytes 13093 tot 14021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fba358810a36ed4305038eba4413bb7c8f04f6c69ed071e2dab86701b1d8ada5 | shasum -a 256