Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2008
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7407.
2.5 Naar mijn mening heeft het hof met de overweging (in rov. 4.14) dat er geen grond is om aan te nemen dat het Scheidsgerecht op basis van de tekst van de CAO tot een voor [eiseres] gunstige uitspraak zou zijn gekomen, geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de uitleg van CAO bepalingen. In rov. 4.4 van het bestreden arrest heeft het hof vastgesteld dat de grieven van [eiseres] (in het principaal appél) zich richten tegen het oordeel van de rechtbank dat het Scheidsgerecht zou hebben beslist dat art. 13 par. 4 lid 4 van de CAO alleen recht geeft op een uitkering aan volledig arbeidsongeschikte werknemers en volledig arbeidsongeschikte voormalig werknemers. In rov. 4.6 overweegt het hof dat de grieven zich lenen voor een gezamenlijke behandeling en dat de kern van het betoog van [eiseres] er op neerkomt dat de regeling van art. 13 par. 4 lid 4 van de CAO ook aan gedeeltelijk arbeidsongeschikten een aanspraak op uitkering geeft. Vervolgens heeft het hof zich gebogen over de wijze waarop CAO bepalingen dienen te worden uitgelegd. Het hof overwoog dat volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad(6) bij de uitleg van CAO bepalingen doorslaggevende betekenis toekomt aan de bewoordingen van de CAO bepalingen, gelezen in het licht van de tekst van de gehele overeenkomst. Ook overwoog het hof dat bij de uitleg verder geldt dat het niet aankomt op de bedoelingen van de CAO partijen, voor zover deze niet kenbaar zijn uit de tekst van de CAO, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen van de CAO, waarbij acht kan worden geslagen op elders in de CAO gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden kunnen leiden. In rov. 4.7 heeft het hof overwogen dat van belang is dat partijen niet zijn opgekomen tegen het oordeel van de rechtbank in rov. 2.6 van het vonnis van 8 december 2004 dat het Scheidsgerecht bij de uitleg van de bepalingen van de CAO de jurisprudentie van de Hoge Raad tot uitgangspunt neemt. Het hof heeft vervolgens voorop gesteld (in rov. 4.9) dat in artikel 13 van de CAO nergens met zoveel woorden wordt gerefereerd aan gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en dat de vraag dan ook is of in de bepaling aan gedeeltelijk arbeidsongeschikten, zoals [eiseres] indertijd was, rechten worden toegekend. In de rechtsoverwegingen 4.10 t/m 4.13 heeft het hof zich gebogen over de tekst van artikel 13 van de CAO en de vraag of gedeeltelijk arbeidsongeschikten, zoals [eiseres], een beroep toekomt op de uitkering zoals bedoeld in art. 13 par. 4 lid 4. Het hof heeft hierbij als uitgangspunt genomen dat het erom gaat of de in het geding zijnde CAO bepaling naar de objectieve betekenis van haar bewoordingen, eventueel tegen de achtergrond van elders in de CAO gebruikte formuleringen, een dergelijke aanspraak geeft. Het hof is in rov. 4.14 uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat er geen grond is om aan te nemen dat het Scheidsgerecht op basis van de tekst van de CAO tot een voor [eiseres] gunstige uitspraak zou zijn gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef9d363561cac8d6451d2e7a848e4fb1eb9df8480150a31a99582fad41be8aee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef9d363561cac8d6451d2e7a848e4fb1eb9df8480150a31a99582fad41be8aee, en de alinea staat in dat document op bytes 16495 tot 19635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef9d363561cac8d6451d2e7a848e4fb1eb9df8480150a31a99582fad41be8aee | shasum -a 256