Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2008
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7413.
3.6.2 In HR NJ 2007, 626 heeft de Hoge Raad, voorzover hier van belang, onder meer overwogen dat - hoewel de wetgever heeft gemeend dat met toepassing van art. 414, tweede lid, en art. 418, derde lid, Sv in het algemeen aan het verdedigingsbelang niet tekort wordt gedaan - niettemin onder omstandigheden van de verdachte bezwaarlijk zal kunnen worden gevergd dat hij een of meer getuigen of deskundigen reeds bij de appelschriftuur opgeeft. Daarvan is in de regel volgens de Hoge Raad sprake indien bij de uitspraak in eerste aanleg is volstaan met een verkort vonnis en de aanvulling niet tijdig binnen de voor het indienen van de appelschriftuur gestelde termijn voor de verdachte beschikbaar is. De Hoge Raad besluit rechtsoverweging 3.4 (opgenomen onder het hoofd: "De opgave van getuigen en deskundigen bij appelschriftuur") vervolgens met de overweging dat:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a1c046218499a5c93333a82e2c1ef58c403bb0315aa7454c5b8d11813a2e4ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a1c046218499a5c93333a82e2c1ef58c403bb0315aa7454c5b8d11813a2e4ef, en de alinea staat in dat document op bytes 16805 tot 17683.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a1c046218499a5c93333a82e2c1ef58c403bb0315aa7454c5b8d11813a2e4ef | shasum -a 256