Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2008
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7413.
3.6.11 Dat het Hof meende met de oproeping van deze getuige te kunnen volstaan, acht ik niet onbegrijpelijk, zeker niet als ik dit oordeel plaats tegen de achtergrond van wat de verdediging over het belang van de oproeping van [benadeelde partij 1] heeft aangevoerd. Meer dan dat [benadeelde partij 1] een cruciale getuige is en dat de raadsman haar wilde horen omtrent de herkenningen en de foto's die zich in het dossier bevinden is immers dienaangaande niet aangevoerd. Niet is toegelicht wat [benadeelde partij 1] aangaande die foto's en de herkenning door [betrokkene 1] van verdachte op de foto's zou kunnen verklaren, nu zij - anders dan [betrokkene 1] - verdachte blijkens haar voor het bewijs gebezigde aangifte voorheen niet kende en in haar aangifte spreekt van de NN man die haar heeft beroofd.(3)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a1c046218499a5c93333a82e2c1ef58c403bb0315aa7454c5b8d11813a2e4ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a1c046218499a5c93333a82e2c1ef58c403bb0315aa7454c5b8d11813a2e4ef, en de alinea staat in dat document op bytes 25660 tot 26483.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a1c046218499a5c93333a82e2c1ef58c403bb0315aa7454c5b8d11813a2e4ef | shasum -a 256