Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008
Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7418.
10.5. Bij de in art. 16 WIM neergelegde erkenning van immuniteit voor buitenlandse staatshoofden, regeringsleiders en ministers van buitenlandse zaken heeft de wetgever acht geslagen(40) op een op 14 februari 2002 door het Internationaal Gerechtshof gewezen arrest in de zaak van de Democratische Republiek Congo tegen België betreffende de Congolese minister van buitenlandse zaken, Abdulaye Yerodia Ndombasi, tegen wie op basis van universele rechtsmacht een aanhoudingsbevel was uitgevaardigd door een Belgische onderzoeksrechter.(41) Het Hof oordeelde dat zittende ministers van buitenlandse zaken op grond van internationaal gewoonterecht strafrechtelijke immuniteit genieten. Reden hiervoor is gelegen in het feit dat het functioneren van ministers van buitenlandse zaken in het belang van een ordelijke communicatie tussen staten anders onmogelijk zou worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab43d1cd7640ad1bc4c1d0031fd4ef5a2419c9a937c44274c7879d97d41bb7e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab43d1cd7640ad1bc4c1d0031fd4ef5a2419c9a937c44274c7879d97d41bb7e7, en de alinea staat in dat document op bytes 80986 tot 81867.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab43d1cd7640ad1bc4c1d0031fd4ef5a2419c9a937c44274c7879d97d41bb7e7 | shasum -a 256