Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7421.

8.5. Voor zover het middel met een beroep op een aantal wetenschappelijke bronnen betoogt dat gemeenschappelijk art. 3 bij gebreke van implementatie, als zodanig niet strafrechtelijk afdwingbaar is, gaat het langs de kern van de zaak heen. De Verdragsluitende staten hebben zich verplicht overtredingen van de verboden van gemeenschappelijk art. 3 tegen te gaan (art. 146 lid 3 van het Vierde Verdrag). Nederland heeft aan die verplichting (mede) vorm gegeven door de normen van dat gemeenschappelijk art. 3 in de strafwet, de WOS, te implementeren, zoals de Hoge Raad ook in de Knesevic beschikking van 1997 heeft overwogen en beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78, en de alinea staat in dat document op bytes 42225 tot 42874.