Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008
Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7421.
10.3 Wat de tweede klacht betreft het volgende. Ik lees meergenoemde beschikking Knesevic II - anders dan de steller van het middel - aldus dat de Hoge Raad heeft overwogen dat in feitelijke aanleg niet was betwist dat de concrete gedragingen handelen in strijd met het gemeenschappelijk art. 3 opleverden, zodat daarvan in cassatie moest worden uitgegaan, maar niet dat een en ander ook gold voor het antwoord van het Hof op de rechtsvraag of schendingen van het gemeenschappelijk art. 3 begrepen zijn onder art. 8 WOS. Ik meen dat die rechtsvraag in rubriek 6, bezien in haar context, door de Hoge Raad bevestigend is beantwoord.(15) Ten slotte wordt met zoveel woorden gezegd dat met betrekking tot de feiten vermeld in de vordering tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek, aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78, en de alinea staat in dat document op bytes 46672 tot 47523.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78 | shasum -a 256