Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Alinea 167 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7421.

(ad 2) Het hof deelt eveneens het oordeel van de rechtbank dat er in casu een dringende noodzaak bestond voor de inbreuk op de privacy van de verdachte en wijst eveneens in dit verband op eerdergenoemde brief van de staatssecretaris van Justitie van 8 november 1997. Daarbij is, ook naar het oordeel van het hof een juiste afweging gemaakt tussen het belang van bestraffing, dan wel over- of uitlevering van personen ten opzichte van wie er ernstige redenen waren te veronderstellen dat zij zich schuldig hadden gemaakt aan zeer ernstige (oorlogsmisdrijven) en de wijze waarop inbreuk is gemaakt op het recht op privacy. Hieraan doet naar het oordeel van het hof, in het bijzonder gelet op voormelde brief van de staatssecretaris van Justitie, niet af dat niet is komen vast te staan dat die afweging ook uitdrukkelijk in het specifieke geval van de verdachte is gemaakt. Het hof wijst ook in dit verband nog op eerder genoemde vooraanstaande positie van de verdachte in de betreffende inlichtingendienst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78, en de alinea staat in dat document op bytes 71110 tot 72129.