Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Alinea 183 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7421.

14.10 Het middel stelt dat ook zonder dwang in de zin zoals het Hof deze verstaat, gelet op de omstandigheden van het geval, nog steeds sprake kan zijn van schending van art. 6, eerste lid, EVRM, indien op oneigenlijke wijze en met omzeiling van wettelijke waarborgen het "nemo tenetur beginsel" wordt omzeild. Die situatie heeft zich echter naar 's Hofs feitelijk oordeel nu juist niet voorgedaan. De asielprocedure is niet "verkapt" gebruikt om zelfincriminerend materiaal uit de asielprocedure "door te sluizen naar het strafdossier". Het oordeel van het Hof is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het Openbaar Ministerie en politie niets te maken hebben gehad met de lang vóór het instellen van het strafrechtelijk onderzoek al afgesloten IND-procedure, waarvan de laatste fase betrekking had op de vraag of betrokkene gelet op art. 1 F Vluchtelingenverdrag wel terecht in 1996 de vluchtelingenstatus had verkregen. Anders dan het middel stelt, acht ik verder 's Hofs oordeel dat in het kader van die procedure geen nadere, op een strafrechtelijk onderzoek betrekking hebbende toezeggingen zijn gedaan, niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78, en de alinea staat in dat document op bytes 78996 tot 80149.