Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008
Alinea 184 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7421.
14.11 De vraag of het bovengenoemde -beperkte - gebruik van de (latere) IND-verklaringen in het opsporingsonderzoek een zodanige dwang heeft opgeleverd dat een inbreuk is gemaakt op genoemd beginsel is dus, zoals het Hof heeft onderkend, wel degelijk beslissend.(21) Een contra-indicatie voor het bestaan van een ongeoorloofde dwang is mijns inziens overigens al dat de verdachte in het opsporingsonderzoek erop is gewezen dat hij niet tot antwoorden verplicht was en behoudens een enkele, voor de tenlastegelegde gedragingen zelf niet relevante, verklaring in het vooronderzoek, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78, en de alinea staat in dat document op bytes 80169 tot 80844.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78 | shasum -a 256