Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Alinea 188 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7421.

14.14 Verder moet er blijkens de zaak Weh v. Austria(25) sprake zijn van een zekere band tussen die andere procedure en het strafproces. In een gelet op de bijzonderheden van die zaak mijns inziens niet helemaal overtuigende redenering werd die band in die zaak ontkend. Weh werd beboet omdat hij toen van hem werd gevorderd degene bekend te maken die zijn auto had bestuurd, valse gegevens had opgegeven. Tussen die procedure en de strafprocedure, aanhangig tegen onbekende personen ter zake van de verkeersovertreding zelf, bestond, naar is geoordeeld, geen band. Nu was wat van Weh werd gevraagd op zichzelf inderdaad niet belastend, maar als hij aan zijn bestuursrechtelijk met een boete gesanctioneerde verplichting tot opgave van de bestuurder had voldaan en had aangegeven dat hij de auto had bestuurd, (hetgeen meestal het geval is), dan zou het bewijs theoretisch weliswaar niet volledig zijn geleverd, maar bij dit soort verkeersovertredingen, die met technische hulpmiddelen worden geconstateerd, praktisch gesproken wel. En ik vermoed dat dan de procedure tegen de voorshands onbekende personen zou zijn voortgezet tegen Weh zelf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78, en de alinea staat in dat document op bytes 82315 tot 83471.