Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Alinea 261 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7421.

17.14 Kortom, zoals volgens vaste rechtspraak de rechter die bij een ontkennende verdachte tot een bewezenverklaring komt, in de strafmotivering rekening mag houden met de omstandigheid dat de houding van de verdachte wijst op een gebrek aan inzicht bij de verdachte in het onjuiste van zijn handelen,(34) zo zal de rechter bij een zwijgende verdachte toch zeker de in wezen minder ver gaande en feitelijk ook onontkoombare conclusie mogen trekken dat door het zwijgen in hoger beroep de verdachte "er op geen enkele wijze blijk van heeft gegeven het verwerpelijke van zijn handelen in te zien". Voor een differentiatie als in het middel bepleit zie ik geen grond, zodat ook dit middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78, en de alinea staat in dat document op bytes 117725 tot 118430.