Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7421.

8.2 Het middel berust mijns inziens op een verkeerde lezing van de desbetreffende overwegingen van het Hof en mist in zoverre feitelijke grondslag. Het Hof heeft niet miskend dat gemeenschappelijk art. 3 geen zelfstandige strafbepaling is. De strafbepaling waarop de tenlastelegging is toegesneden is immers art. 8 WOS, dat in zijn eerste lid met de zinsnede "schending van de wetten en gebruiken van de oorlog" verwijst naar (onder meer) de verboden van gemeenschappelijk art. 3. Art. 8, eerste lid, WOS is dus de strafbepaling waarbij op overtreding van die normen van gemeenschappelijk art. 3 straf is gesteld; anders gezegd, waarin onder meer gemeenschappelijk art. 3 is geïmplementeerd. Verder is de structuur van art. 8 WOS aldus dat in het tweede en derde lid daarvan gekwalificeerde schendingen zijn opgenomen (die hier ook zijn bewezen verklaard). Alleen voor die gekwalificeerde schendingen is bij de Wet van 8 april 1971, Stb. 210 de verjaarbaarheid opgeheven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d89190225475fe420ac93680fb045b655f445b2802d67340b207f03f885fc78, en de alinea staat in dat document op bytes 37490 tot 38476.