Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2008

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7913.

Van de verdachte kan niet zonder meer gevergd worden een schriftelijke appèlmemorie in te dienen. Wel acht ik het redelijk en haalbaar om de officier van justitie die appèl instelt te verplichten een schriftelijke appèlmemorie in te dienen. Artikel 410 van het Sv wordt hiertoe dwingender te geformuleerd, zoals ook is geopperd door de Werkgroep hoger beroep en verzet. Door de verplichting tot het afleggen van verantwoording ter terechtzitting in hoger beroep omtrent de redenen voor het eventueel achterwege laten van het tijdig indienen van een appèlmemorie wordt daarnaast duidelijk gemaakt, dat het indienen van een appèlmemorie is aangewezen (artikel 416, eerste lid, nieuw). Het ligt in de rede, dat de officier van justitie voor het instellen van appèl en het opstellen van zijn appèlmemorie overleg voert met de Advocaat-generaal in het ressortsparket. Hierdoor kan de kwaliteitstaak van de Advocaat-generaal beter invulling krijgen (zie ook C. P. M. Cleiren, Een tweede kans voor de tweede lijn. Het waarborgen van de juridische kwaliteit als opdracht voor het ressortsparket en de AG, in TREMA, 2005/1, p. 1-9)."(7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7eb175a260737274b48346240be0d6a0d2b2b056b98ab36109e99e1d75b26c26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7eb175a260737274b48346240be0d6a0d2b2b056b98ab36109e99e1d75b26c26, en de alinea staat in dat document op bytes 19094 tot 20241.