Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7921.

"Op 12 januari 2006 bevonden wij, verbalisanten, ons in uniform gekleed en met de voetsurveillance belast op de begane grond van het trappenhuis van de flat Eeftink te Amsterdam. Alhier zagen wij de ons ambtshalve bekende, aan harddrugs verslaafde, persoon [verdachte]. Wij zagen dat [verdachte] op de trap stond. Wij zagen dat [verdachte] in zijn rechterhand een rietje en een aansteker vasthield. Wij zagen dat [verdachte] in de linkerhand een zwartgeblakerd zilverpapiertje vasthield. Het is ons ambthalve bekend dat genoemde artikelen noodzakelijk zijn voor het gebruik van harddrugs. Wij zagen hiermee dat [verdachte] artikel 2.3 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam overtrad. Voor de overtreding hebben wij [verdachte] aangehouden. Op het politiebureau bleek ons dat aan [verdachte] een flatverbod is uitgereikt voor de flat Eeftink. Dit flatverbod voor de flat Eeftink is geldig van 8 oktober 2005 tot 8 oktober 2006."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3edbbd71b9d390e879ece07c996616db63245e1156fffa2c7cbd5aa4a2bf499f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3edbbd71b9d390e879ece07c996616db63245e1156fffa2c7cbd5aa4a2bf499f, en de alinea staat in dat document op bytes 6263 tot 7237.