Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7921.

7. Het enige dat uit het dossier blijkt is dat twee verbalisanten surveilleerden in dit trappenhuis (kennelijk hadden zij daar vrijelijk toegang toe). Zij verklaren (p. 12):"wij waren met voetsurveillance belast en bevonden ons op de begane grond van het trappenhuis van portiek A van de flat Eeftink te Amsterdam. Het betrof hier het zogenaamde noodtrappenhuis op de kop van de flat". Tijdens deze surveillance wordt vervolgens [verdachte] aangetroffen op een, zo verklaren de verbalisanten, 'voor het publiek toegankelijke plaats'. Aangezien zij het vermoeden hebben dat hij drugs aan het gebruiken is, wordt [verdachte] aangehouden op grond van overtreding van de APV en meegenomen naar het bureau.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3edbbd71b9d390e879ece07c996616db63245e1156fffa2c7cbd5aa4a2bf499f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3edbbd71b9d390e879ece07c996616db63245e1156fffa2c7cbd5aa4a2bf499f, en de alinea staat in dat document op bytes 13774 tot 14489.