Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7921.

Bij de stukken bevindt zich een brief die is ondertekend door de directeur van Woningstichting [A] en tevens door verdachte. In deze brief is vermeld dat verdachte (eerder) door de politie is aangetroffen in een van de wooncomplexen van de Woningstichting [A], te weten wooncomplex Eeftink, waarbij een hinderlijke gedraging zou zijn vastgesteld. Er wordt in deze brief op gewezen dat de Woningstichting [A] de wettelijke verplichting jegens haar huurders heeft om het leefgenot in en om de directe omgeving van het wooncomplex te garanderen. Gelet op genoemde gedraging en de omstandigheid dat verdachte geen huurder is van een woning in het wooncomplex Eeftink, wordt gevorderd dat verdachte gedurende een nader gespecificeerde periode uit dat wooncomplex weg blijft. De toegang is hem ontzegd. Het hof oordeelt dat de Woningstichting [A], die als verhuurster is gehouden om haar huurders woongenot te verschaffen, voor zich en mede namens de huurders/bewoners als rechthebbende bevoegd is verdachte de toegang tot de flat te ontzeggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3edbbd71b9d390e879ece07c996616db63245e1156fffa2c7cbd5aa4a2bf499f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3edbbd71b9d390e879ece07c996616db63245e1156fffa2c7cbd5aa4a2bf499f, en de alinea staat in dat document op bytes 21697 tot 22749.