Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC7921.

Blijkens de stukken, waaronder eerdergenoemde brief en de aangifte van 21 september 2005, is het de wens van de Woningstichting [A] dat wordt overgegaan tot opsporing en vervolging van personen die zich ophouden in een wooncomplex waarvan de toegang hen middels uitreiking van deze brief is ontzegd. De opsporingsambtenaren, die verdachte hebben aangehouden, waren belast met voetsurveillance en bevonden zich rechtmatig in het wooncomplex Eeftink, waar verdachte is aangetroffen. Zij hebben waargenomen dat verdachte een rietje en een aansteker, alsmede een zwartgeblakerd zilverpapiertje vasthield. Zulks levert naar het oordeel van het hof voldoende verdenking op terzake overtreding van artikel 2.3, eerste lid, van de APV van Amsterdam, om tot aanhouding over te gaan. Hieraan doet niet af dat de aanhouding plaats vond in een besloten lokaal in de zin van artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht. De aanhouding heeft aldus rechtmatig plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3edbbd71b9d390e879ece07c996616db63245e1156fffa2c7cbd5aa4a2bf499f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3edbbd71b9d390e879ece07c996616db63245e1156fffa2c7cbd5aa4a2bf499f, en de alinea staat in dat document op bytes 23515 tot 24487.