Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2008
Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC8421.
55. Ook overigens lijkt de klacht mij intussen ongegrond. Het argument dat de personen die bij het AIVD onderzoek bekend werden wél op grondrechtelijke bescherming aanspraak zouden hebben, had steun kunnen bieden aan een stelling van de Staat dat verder onderzoek langs deze weg op (onoverkomelijke) bezwaren stuitte, en dat daarom het onderzoek ten laste van de journalisten even noodzakelijk bleef als het van begin af aan was. Bij gebreke van stellingen van de Staat van deze strekking (terwijl stelplicht en bewijslast ten aanzien van de rechtvaardiging voor zijn optreden, ook hier in beginsel bij de Staat berustte) lag het in de rede om de voor De Telegraaf c.s. gunstiger feitelijke constellatie tot uitgangspunt te nemen. Dat het hof dat gedaan heeft is dan noch rechtens onjuist noch onvoldoende begrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6aaf627859edd8ee13dc5498e0a3f8b3b61613a104f1acd6eca850a080c3f7d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6aaf627859edd8ee13dc5498e0a3f8b3b61613a104f1acd6eca850a080c3f7d5, en de alinea staat in dat document op bytes 65718 tot 66551.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6aaf627859edd8ee13dc5498e0a3f8b3b61613a104f1acd6eca850a080c3f7d5 | shasum -a 256