Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2008

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC8692.

2.3 Middel II klaagt allereerst (subonderdelen 2.2 tot en met 2.5) dat het hof ten onrechte wel de verschijningsvorm van de fax, ook wel materiële valsheid, maar niet de inhoud van de fax, ook wel intellectuele valsheid, heeft laten onderzoeken op valsheid, zodat het hof een wezenlijk onderdeel buiten beschouwing heeft gelaten nu uit de partijstellingen van [eiser] valt af te leiden dat hij het oog had op zowel de materiële als de intellectuele valsheid. Het middel betoogt vervolgens onder 2.6 en 2.7 dat het hof heeft miskend dat [eiser] zich heeft beroepen op de door hem ondertekende versie II van zijn fax van 31 juli 1998 en dat het hof aldus gelet op art. 157 lid 2 Rv. gehouden was de dwingende bewijskracht van de ondertekende faxbrief (versie II) aan te nemen. Het hof had versie I dan ook ter zijde dienen te schuiven of de curatoren het bewijs dienen op te dragen van de echtheid van versie I.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e42cbbd240c8c16db67197372b8581d23b4cc99b5d903172251250e8978e86ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e42cbbd240c8c16db67197372b8581d23b4cc99b5d903172251250e8978e86ea, en de alinea staat in dat document op bytes 22000 tot 22924.