Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC9015.

3.8 Kennelijk heeft de Rechtbank die redenering echter gevolgd, waar zij in de bestreden beschikking overweegt dat het beslag moet worden opgeheven op de plaats waar het is gelegd en overeenkomstig de daar geldende regels en daaraan de conclusie heeft verbonden dat klager niet-ontvankelijk is in zijn beklag. Zoals uit het voorgaande voortvloeit, had de Rechtbank, aangenomen dat de gestelde voorwerpen in beslag waren genomen, moeten onderzoeken of het belang van strafvordering de voortduring van het beslag vorderde en zo nee de teruggave aan klager hebben moeten gelasten (nu niet blijkt van een derde-belanghebbende). Daarvoor zal echter allereerst nodig zijn dat de Officier van Justitie de vereiste gegevens verschaft.(9)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee4def03532d478223ce58579562a065fd1da59667c437b68ae9dc5ff9f0988. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee4def03532d478223ce58579562a065fd1da59667c437b68ae9dc5ff9f0988, en de alinea staat in dat document op bytes 17278 tot 18021.