Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC9186.
17. De derde klacht van het middel houdt in dat het Hof het beroep van de verdachte op artikel 261 lid 3 Sr ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft verworpen. In het bijzonder klaagt het middel erover dat het Hof bij de verwerping van het verweer onder meer heeft overwogen, dat de in de brief van 24 juni 2003 geuite beschuldigingen jegens het slachtoffer niet door de verdachte waren waargenomen terwijl de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard: "Zelf heb ik gezien dat [betrokkene 3] haar vader een zuigzoen gaf en dat zij aan zijn vingers likte. Van de andere handelingen die ik in de brief aan de moeder heb geschreven weet ik omdat de aangever mij daarover heeft verteld".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fca82efd8bcc467dbcfd4fbc16c0fac6bddee59d9a1705b41e8bb3673e59a93e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fca82efd8bcc467dbcfd4fbc16c0fac6bddee59d9a1705b41e8bb3673e59a93e, en de alinea staat in dat document op bytes 19406 tot 20134.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fca82efd8bcc467dbcfd4fbc16c0fac6bddee59d9a1705b41e8bb3673e59a93e | shasum -a 256