Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC9186.

In deze omstandigheden neemt het hof in aanmerking dat de verdachte andere middelen had kunnen aanwenden om de ex-partner van het slachtoffer over de (vermeende) beschuldigingen te informeren. Derhalve acht het hof niet aannemelijk geworden dat de verdachte te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het algemeen belang de tenlastelegging op deze wijze eiste. Uit de door de verdachte op 23 juni 2003 verzonden sms-berichten aan het slachtoffer en het op 24 juni 2003 anoniem verzenden van de brief aan diens ex-partner - leidt het hof overigens af dat bij de verdachte bij het schrijven van de brief gevoelens van wraak de overhand hebben gehad. Het beroep op de goede trouw wordt mitsdien verworpen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fca82efd8bcc467dbcfd4fbc16c0fac6bddee59d9a1705b41e8bb3673e59a93e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fca82efd8bcc467dbcfd4fbc16c0fac6bddee59d9a1705b41e8bb3673e59a93e, en de alinea staat in dat document op bytes 21286 tot 22001.